Joodse Raad
Mijn mening in het algemeen is dat ten tijde van een crisis (oorlog, economische rampspoed, natuurgeweld,
bomaanslag) ieder mens uiteindelijk voor zichzelf kiest. Je ziet het zelfs als een huis in brand staat,

dikwijls vlucht men het huis uit, soms de kinderen achterlatend in hun slaapkamer terwijl de vlammen het
dak uitschieten.
Waarschijnlijk is dit ook niet meer dan een natuurlijke reactie.
Maar wat als je de tijd hebt om na te denken?
Welke afweging maak je als je de keus krijgt tussen zelf gedeporteerd worden of de kans krijgen je huid
te redden en misschien de omstandigheden voor anderen te verzachten? Pas als je zelf voor de keuze staat is
het gemakkelijk oordelen.
Achteraf wordt er van Hans Hirschfeld (
link)
gezegd dat hij heulde met de Duitsers, maar werd hij daar nou zoveel beter van? Hij
had net als veel van zijn collega's terug kunnen treden of zelfs naar Engeland uit kunnen wijken.
Er waren verhoudingsgewijs tot andere landen in Nederland veel collaborateurs. De Nederlanders zijn niet zo
flink als ze willen lijken, zeker tijdens de Tweede Wereldoorlog viel die zelf toegeschreven
heldhaftigheid bitter tegen.
Februaristaking 1941
De Duitsers nemen een aantal maatregelen die verkeerd vallen bij de Amsterdammers die het op willen nemen voor
hun Joodse medestadbewoners. Dit leidt tot een aantal ongeregeldheden met als hoogtepunt een staking op
11 februari 1941 (
link.)
De Duitsers willen daarna in kaart brengen waar de Joden wonen, daarvoor richten zij een commissie op: de
Joodse Raad. Het is een verplichting aan een aantal elitaire Amsterdamse Joden. De Raad moest alle Joden
in Nederland registreren, ook zouden de door de Duitsers opgelegde maatregelen door de Raad aan de
Joden moeten worden uitgelegd en ze moesten erop toezien dat ze werden uitgevoerd.
De Raad werd opgericht op 13 februari 1941, een dag na de Duitse razzia's als vergelding voor de
staking en bestond uit een aantal elitaire Joden onder aanvoering van de diamantair Abraham Asscher en
de klassieke-taalkundige David Cohen. Van niet- en laaggeschoolde arbeiders of bewoners uit de Joodse wijk waar de onlusten hadden
plaatsgevonden was niemand vertegenwoordigd.
De Raad gaf ook een blad uit dat tot september 1943 verscheen, Het Joodsche Weekblad. Na die tijd was de
doelgroep (Joods Nederland) nagenoeg uitgeroeid.
De deportaties aan de hand van lijsten van de Joodse Raad
In 1942 begon de Duitse vernietigingsmachine op volle toeren te draaien, onder het mom van tewerkstelling
konden Joden een kaartje kopen (!) voor een treinreis naar Duitsland om te gaan werken. De Joodse Raad
heeft na de oorlog altijd verklaard dat zij niet beter wist dan dat dat ook gebeurde.
Daarom hadden ze ook lijsten opgesteld van mannen die sterk en jong genoeg waren om te werken.
De leden en medewerkers van de Joodse Raad werden vrijgesteld van deportatie. De Raad nam duizenden mensen
'in dienst'. Aan de ene kant kun je stellen dat ze meewerkten aan de deportaties, aan de andere kant werden
de levens van duizenden anderen gespaard.
Vanaf 1943 werden hele gezinnen opgepakt en op een enkele reis richting de vernietigingskampen gestuurd. De
Raad kan vanaf dat moment niet ontkennen van niets te hebben geweten. Via lijsten van De Joodse Raad

werden de families opgeroepen zich te melden, maar weinigen deden dat waarop de nazi's razzia's hielden
om daarna wagonladingen Joden naar de Duitse kampen te sturen.
Omdat de Joodse Raad weinig effect meer had werden de meeste vrijstellingen ingetrokken, alleen, de Raad mocht
zelf bepalen wie wel en wie niet afgevoerd werd, de Duitsers gaven alleen maar aantallen door, op
basis van de capaciteit van vertrekkende treinen.
De Raad werkte mee maar had op zich ook niet veel keus, men wist toen wel al dat er van het verrichten
van arbeid in een Duits werkkamp weinig sprake was. De elite zette zichzelf niet op de lijst, de
lagere sociale klassen wel. Zo spaarden de leden van de Joodse Raad zichzelf, hun vrienden en families.
Op het eind waren er nauwelijks nog Joden over, daarop werd de elite alsnog opgepakt en op transport
gezet. In september 1943 achtte de Duitse bezetter de taak volbracht.
In de laatste anderhalf jaar, zeker tijdens de hongerwinter van 1944, werden veel Joden verraden, opgepakt, en
vergast. Eind 1942 deed Cohen berichten over de gaskamers af als Engelse pogingen het Duitse regime in
diskrediet te brengen. Later distantieerde hij zich van de door hem voor de radio gedane uitspraken.
Na de oorlog
Van de twee leiders, Asscher en Cohen, wordt gezegd dat ze nadat ze op transport werden gezet ook nog hebben
meegewerkt. Dat zou hun eigen levens gespaard hebben.
De Joodse Raad werd na onderzoek door een Joodse Ereraad zeer laakbaar gedrag verweten en collaboratie met
de nazi's om zelf buiten schot te kunnen blijven. De twee overlevenden mochten nooit meer een Joodse
functie uitoefenen.
Abraham Asscher deed na het horen van de bevindingen wat in de lijn past van zijn handelen tijdens de
oorlog, hij keerde de Joodse gemeenschap de rug toe, hij overleed in 1950. David Cohen werd hoogleraar na
de oorlog maar zou ook nooit meer actief zijn in de Joodse gemeenschap. Hij stierf in 1967.
Een ereraad van Joodse prominenten veroordeelden dus Asscher en Cohen, later (8 november 1947) werden
beiden gearresteerd, maar na een maand weer vrijgelaten zonder dat het ooit tot een formele aanklacht
zou komen.
Cohen verloor tijdens de oorlog zijn moeder, drie broers en zijn zuster, allen werden vermoord in Auschwitz
en Sobibor. De heer Mr. A. Krouwer was tevens lid van de Joodse Raad, hij overleed in 1965. Van de
overige leden van de Joodse Raad is niemand uit de kampen teruggekeerd.
Gekscherend werd de Joodse Raad ook wel Joodse Verraad genoemd. Lees ook deze pagina:
AANKLACHT
Weetjes
Lodewijk Asscher, wethouder in Amsterdam en voormalig waarnemend burgemeester is een kleinzoon van Abraham
Asscher.
Job Cohen, voormalig burgemeester van Amsterdam en tot begin 2012 lid van de Tweede Kamer is een kleinzoon
van David Cohen.
Naschift
Mij werd kort na het verschijnen van deze pagina verweten dat ik de Joodse Raad in een kwaad daglicht
zou stellen en dat er literatuur is waar een ander geluid in te horen is. Ik heb dat uitgezocht en dat blijkt
maar één bron te zijn. Zowel het NIOD als een commissie uit de Joodse gemeenschap veroordeelden
de houding van zowel de Joodse Raad als haar twee bestuurders (Asscher en Cohen) zeer hard.
In dit verband wijs ik nog graag op een boekje dat Max van der Glas schreef en dat hij zo vriendelijk was
door mij via De Dokwerker ter download aan te laten bieden.
BOEKJE MAX VAN DER GLAS OVER WOII