Getto, waar komt dat woord vandaan?
'Getto' is een Italiaans woord voor 'metaalgieterij' en werd voor het eerst gebruikt aan het begin van de zestiende eeuw, maar het was ook
Italië waar Joden voor het eerst bij elkaar gingen wonen omdat hun rechten meer en meer werden ingeperkt. Het is niet bij toeval dat dit
in Italië gebeurde, het oh zo Katholieke Italië.
Reeds in de twaalfde eeuw steekt antisemitisme de kop op als in het Roomse Italië bepaald wordt dat Joden separaat van de
rest van de bevolking moeten gaan wonen.
Getto is een wijk in Venetië waar voorheen een metaalgieterij stond en de Joden naar verbannen werden.
De Koopman van Venetië
Wie Shakespeare kent heeft vast dit boek wel eens gelezen. Het boek is in 1997 geschreven en gaat over een Jood die publiekelijk beledigd
wordt door een Italiaanse koopman. Als deze Antonio later geld nodig heeft klopt hij bij Shylock, de Joodse geldschieter aan.
Het contract wordt getekend en Shylock bedingt dat als hij het geld niet van Antonio terugkrijgt hij recht heeft op een pond vlees uit het lichaam
van Antonio. Die dag komt en Shylock eist het hart van de wanbetaler. Een spel ontstaat waarvan ik de uitkomst niet zal verraden. De kern van het
verhaal is echter dat er sprake is van antisemitisme en slim zaken doen.
Italië is de bakermat van het antisemitisme dat zich snel uitbreid over het land met als tragisch dieptepunt de vorming
van een getto in Rome dat ook als zodanig wordt aangemerkt.
Was er een getto in Amsterdam tijdens WOII?
Eerst maar eens een omschrijving
Een getto is een deel van een stad waar gelijkgezinde mensen met elkaar wonen, maar geïsoleerd van andere stadsbewoners.

In de oorlog was er spake van gedwongen gettovorming. Later, zeker in de Verenigde Staten, zochten
bevolkinsgroepen elkaar op om samen in een wijk te wonen. Er zijn wijken waar zeer racistische zogenaamde
'gaggers' wonen. Uit vrije wil, maar daar was met betrekking tot de Joden in de oorlog zeker geen sprake van.
Toelichting
Onder gelijkgezinde mensen kun je verstaan: dezelfde gedachten, hetzelfde geloof, dezelfde afkomst of
huidskleur. Kortom, als een groep een grote gemeenschappelijke deler heeft zou je kunnen spreken van een
hechte groep die op de een of andere manier bij elkaar willen horen of zijn.
Dat sluit niet uit dat er geen contact met andere groepen is, maar binnen de groep heerst saamhorigheid.
Ook bepaalde normen en waarden worden gedeeld, 'geïsoleerd' kun je vervolgens nog onderverdelen
in 'vrijwillig' of 'gedwongen'.
De term 'getto' heeft voor de meeste mensen een negatieve lading maar mensen die zich onderling met
elkaar verbonden voelen en daarom bij elkaar willen wonen leven in een leefgemeenschap, niet in een
getto. Toch zoeken mensen met een grote overeenkomst elkaar vaak op. Zo ontstaan Joodse wijken maar
hetzelfde geldt voor Turkse wijken in Duitse steden of Arabische wijken in Jeruzalem.
Misverstand
Wat je vaak leest met betrekking tot getto's is dat het zou gaan om arme mensen, dat is wel vaak zo, maar
niet per definitie. De beste omschrijving is dan ook:
Een getto is een woonwijk waar overwegend mensen wonen uit een specifieke bevolkingsgroep en dat die groep
opvalt door haar gesloten karakter.
Het 'grotendeels' afgesloten zijn van de rest van de stad is optisch zo voor de buitenstaanders, de mensen
binnen de groep ervaren dat heel anders. Pas als er sprake is van dwang, zoals in de Tweede Wereldoorlog,
spreken we van een afgesloten deel van de stad waar alleen ... wonen. Dat het woord getto meestal in verband
wordt gebracht met Joden is iets typisch Europees. In de Verenigde Staten denkt men doorgaans aan een honderd
procent samenstelling van het getto door Afro-Amerikanen.
Termen als 'achterbuurt', 'jodenhoek', 'jodenkwartier', 'afgesloten wijk' hebben door de jaren heen het
woord getto haar negatieve lading gegeven.
Maar er is ook een andere kant, in Amsterdam is een restaurant dat 'getto' heet en waar voornamelijk homoseksuele inwoners van de stad komen.
Op zich zou je dit dus als 'positief' uit kunnen leggen. Of de uitbaters een diepere bedoeling met de benaming hebben is mij niet bekend.
Wat nabestaanden van slachtoffers vinden evenmin.
Getto van Warschau
Toen Hitler in 1939 Polen binnenviel begon hij vrijwel direct aan wat hij al jarenlang had aangekondigd;
de wereld verlossen van het probleem 'Joden'. Het 'Jodenvraagstuk' was voor Adolf Hitler oplosbaar, hij

dacht alleen in termen van haat, het kwaad moest uit de samenleving gesneden worden.
Het getto van Warschau bestond drie jaar lang. De nazi's hadden een deel van de stad afgesloten, alleen Joden
mochten erin (vaak 'moesten') en niemand mocht eruit. Medische zorg, voedsel en drinken werd door de Duitsers
van buitenaf geregeld. Toen de concentratie- en vernietigingskampen op volle toeren draaiden werden de
Joden uit het getto afgevoerd, net zo lang totdat de wijk praktisch leeg was. Bijna een half miljoen mensen
uit het getto van Warschau kwamen om het leven.
Gettovorming
Vaak worden bevolkingsgroepen bij elkaar gezet, maar niet zelden zoeken mensen met dezelfde achtergrond elkaar
graag op omdat het met geestverwanten nu eenmaal makkelijker communiceren en dus samenwonen is. Gettovorming
kan dus vrijwillig zijn of gedwongen.
Als er een hek om je buurt wordt gezet mogen we toch echt wel van gettovorming spreken en dat is wat er
onder andere in Amsterdam gebeurd is. Ook al is er maar weinig bekend over de Jodenwijk, ik heb zelf (ruim
na de oorlog) in een klein straatje gewoond dat thans een van de populairste straatjes van Amsterdam is, maar
wat tijdens een deel van de oorlog hermetisch afgesloten was van de buitenwereld en waarin op een stuk van 120 meter
rond de vijftig mensen zijn weggevoerd.
Door Joden naar een deel van de stad te brengen kon de bezetter controle op deze groep uitoefenen, het was
ook niet de bedoeling de Joden weer naar huis terug te laten keren, ze moesten werken in speciaal daarvoor
ingerichte kampen en als ze niet meer van nut waren werden ze vermoord, net als diegenen die vanaf
het begin al niet konden werken, zoals kleine kinderen, ouderen en zwakkeren.
De huizen van de Joden werden vaak ingenomen door Duitse officieren of pro-Duitse Europeanen die voor
de Duitsers kwamen werken. De inboedel die van waarde was werd ingepikt.
Waarom zou Amsterdam GEEN getto zijn geweest?
Er is jarenlang gesteggel geweest of Amsterdam nu wel of geen getto is geweest tijdens de oorlogsjaren. Ik vind van wel maar ik zal ook aangeven
waarom er op zich goede argumenten zijn om te veronderstellen dat er geen sprake was van een getto.
Vooropgesteld, als je overlevenden en nabestaanden vraagt dan zijn die het er niet over eens, de een zegt dat het een hel was, de ander dat het
niet leuk was, maar dat het nou ook weer geen getto was waar je je niet kon bewegen. Deze meningen worden op sommige sites nog altijd geuit. Op
zich ook niets mis mee, het is goed dat er van gedachten wordt gewisseld en bij wat ik doorgaans zie, hoor en lees voert respect de boventoon.
Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van de Duitse staat maakte het verschil of er sprake was van een getto. De repressie in een
getto is anders dan wanneer er sprake is van de bezetting van een stad waar toevallig (!) veel mensen met eenzelfde achtergond wonen. Tijdens de
oorlog waren er drie gebieden waar relatief veel Joden woonden, een deel is afgesloten geweest, een ander deel was niet af te sluiten, het gebied
was daar eenvoudigweg te groot voor.
Hoewel Warschau ook werd afgesloten is het verschil met Amsterdam dat daar veel meer Joden woonden en dat de verhouding Jood en niet-Jood een totaal
andere was dan in Amsterdam. Bijvoorbeeld de Staalstraat bevond zich in de Jodenbuurt, maar meer dan de helft was niet van Joodse afkomst. Maar als
je een kaart bekijkt van Amsterdam tijdens de jaren 40-45 dan zie je dat Joden overal woonden, soms in zeer kleine concentraties.
De Duitsers hadden bepaald dat Joden uit geheel Nederland in Amsterdam moesten gaan wonen, de reden zal duidelijk zijn. De meesten gaven gehoor
aan deze 'oproep'.
Jodenbuurt
Het gebied rond de Jodenbreestraat, Waterlooplein, Rapenburg en Nieuwe Herengracht is van oorsprong de Jodenbuurt. De Uilenburgerstraat was typisch
een Joodse straat. Later breidde het gebied zich uit tot de Nieuwmarkt, De Kloveniersburgwal, Raamgracht maar ook de Staalstraat en de Sint

Antoniesbreestraat behoorden tot het tweede gedeelte van de Joodse wijk.
De Staalstraat sloot aan op het Waterlooplein, in oostelijke richting breidde de wijk zich uit via het Jonas Daniël Meijerplein naar de
Plantage, Weesperstraat en het Weesperplein tot aan de Nieuwe Kerkstraat. Rond Artis bevinden zich de Hollandsche Schouwburg en het Verzetsmuseum.
Maar ook de Transvaalbuurt had een flinke Joodse bevolking. Tenslotte noem ik de Rivierenbuurt waar de wat meer vermogende Joden woonden. Bekend is
dat bijvoorbeeld prominente leden van de Joodsche Raad er woonden.
Als er meerdere buurten zijn en in alle 'zogenaamde' Jodenbuurten ook mensen van andere geloven wonen, kun je dan wel spreken van een getto, ook al
sluit je de wijk af? Immers, er is wel sprake van isolatie maar er wonen ook andere mensen. En waren de Joden wel verplicht om in een van de
Jodenbuurte te gaan wonen? Nee, maar dat had een praktische reden.
De Duitsers eisten dus dat Joden zich in Amsterdam vestigden, daarbij kregen Joodse inwoners van de stad de verplichting mensen van Joodse afkomst
uit andere steden in huis te nemen. Maar voor de oorlog woonden Joden overal. Amsterdam was dichtbevolkt, nauwe straatjes, kleine huizen. Het was
simpelweg niet mogelijk iedereen in de Jodenbuurten te laten wonen, vandaar de spreiding over de stad.
Als de Duitsers de kans hadden gehad zouden ze iedereen in de Jodendriehoek rond het Waterlooplein gehuisvest hebben.
Ook wordt er wel eens op de duur gewezen, hoewel pas later onomstotelijk vast kwam te staan dat er wel degelijk delen van de stad afgesloten waren
geweest en dat daar voornamelijk Joden woonden die alleen met een persoonsbewijs de wijk in het uit kwamen, maakt de duur niet uit. Het doel was
om Joden bij elkaar te brengen om ze eenvoudiger af te kunnen voeren.
En dat ging snel, zeer snel. De vrachtwagens reden af en aan, in zeer korte tijd werden er duizenden Joden afgevoerd, al snel haalden de Duitsers de
hekken weg om ze te vervangen door borden: 'Juden Viertel'.
Alvorens ik verder ga een dankwoord. Max. C. van der Glas (Natanya, Israël) heeft mij volledig
op het juiste spoor gezet om tot dit onderwerp (getto) te komen. Max schreef in 2008 een zeer interessant
stuk:
Was Amsterdam tijdens de Duitse bezettingsjaren 1940 / 1945 een getto? Zonder zijn inzichten en
de door hem in zijn verhandeling opgenomen foto's was ik waarschijnlijk nooit tot het hoofdstuk 'getto'
gekomen.
Max en ik hebben via de mail contact, ik hoop nog veel van zijn wijze bijdragen en archiefstukken te
mogen ontvangen.
Getto Amsterdam
In veel Europese steden waren er getto's. In Amsterdam speelde iets soortgelijks zich af. Wie de buurt
rond de Staalstraat bijvoorbeeld een beetje kent weet dat er wat grachtjes en straatjes zijn maar dat
je dit buurtje slechts via vier toegangen in kan.

Al die wegen hebben een brug. De Duitsers versperden de toegang tot de brug waardoor het ook niet
mogelijk was de buurt zonder toestemming in te komen.
Met andere buurten ging het net zo. Bruggen werden dikwijls opgehaald om een buurt af te sluiten of om de
toegang te controleren. In 1941 eisten de Duitsers dat de ongeveer 140.000 Joden die in Nederland woonden zich
in Amsterdam gingen vestigen. Hierdoor steeg het inwonersaantal van de stad explosief.
De Rivierenbuurt trok de meeste Joden aan omdat de huizen daar groter waren en beter, vier van de tien
Nederlandse Joden woonden in dit stadsdeel. Vijftig procent in andere delen van de stad. Slechts tien procent
van de Nederlandse Joden woonden in 1942 nog buiten Amsterdam.
Joodse Raden
De getto's, waar dan ook, hadden Raden die op bevel van de Duitsers waren opgericht, ze zouden bedoeld zijn
om het leven aangenamer te maken maar in werkelijkheid kregen de Duitsers zo een goed beeld van de
samenstelling.
Ook Amsterdam had zo'n raad, dat die niet zo'n fraai verleden heeft heb ik elders
(
link) al toegelicht maar de Raad kon ook niet veel,
tegenwerken zou zo mogelik nog grotere gevolgen kunnen hebben. De Joodse Raad raadde de Joden aan een
Jodenster te dragen, een 'J' in hun persoonsbewijs te laten zetten en naar Amsterdam te verhuizen. Dit waren
verplichtingen die de DUitsers oplegden en die de Raad maar had uit te dragen.
Op het moment dat de Raad niet protesteerde toen er door de Duitsers een reisverbod werd ingesteld en delen
van de stad waar met name Joden woonden werden afgesloten was de Raad totaal vleugellam want de bedoelingen
van de Duitsers waren duidelijk.
In de Sarphatistraat zat 'Liro', een bankiershuis dat officieel Lippmann & Rosenthal heette. Alle Joden in
Nederland werden verplicht hier een rekening te openen. Liro was een gerenommeerd Joods bankiershuis waar
al veel Joden zaken mee deden. Maar nu moesten
alle Joden hier hun tegoeden, spaarbrieven en
verzekeringen onderbrengen. De Duitsers konden dan gemakkelijker aan het geld van de Joden komen als ze op
transport waren gezet.
Nadat de Joden waren weggevoerd kwamen al rap de verhuiswagens van NSB'er Abraham Puls om de huizen van
de gedeporteerden leeg te halen. Veel werd verkocht, wat echt van waarde was vervoerde Puls naar Duitsland.
Makelaar en bankier Otto Rebholz moest de waardepapieren verkopen en levensverzekeringen innen waarna alle
tegoeden door Duitsland gebruikt werden voor de oorlogsindustrie.
In de oorlog draaide de Amsterdamse beurs gewoon door, aandelen van Joden die toch niet meer terug zouden
keerden werden door Otto Rebholz van Liro overgenomen en verkocht. De beursmannen kenden de reputatie van
Rebholz maar deden alsof hun neus bloedde.
De Joodse firma Katz verdiende aan de handel in kunst met de nazi's vele miljoenen maar wisten zelf veilig
weg te komen door in 1941 naar Zwitserland en Spanje te verhuizen. Na de oorlog stelden zij dat ze veel
kunst achter hadden moeten laten dat door de Duitsers vervolgens geroofd zou zijn. Veel van die
kunstwerken werden teruggevonden.
Stukken die zij goed gedocumenteerd hadden konden ze tegen een schappelijke prijs terugkopen.
In het Amsterdamse Rijksmuseum hangen twee portretten van Maerten van Heemskerck die door de firma Katz
in 1948 geschonken zijn als dank voor de mogelijkheid 'hun' kunstvoorwerpen terug te mogen kopen. Veel
van deze kunst was afkomstig van Joden uit de Jodenhoek. Die kregen er een niet in verhoudingstaande
vergoeding voor maar tekenden wel een verklaring dat zij de kunst vrijwillig aan Katz hadden verkocht
waardoor die, ook na de oorlog, gezien werd als rechtmatige eigenaar.
De Joden konden hun buurt niet of nauwelijks uit, met geld konden ze nog iets, ze hadden geen andere keuze
dan hun antiek en schilderijen te verkopen.
Zo werd een buurt geknecht en haar bewoners verplicht al hun bezittingen af te staan. Het Amsterdamse
getto was een feit!
De Staalstraat
Midden in de oorlog, toen de 'oplossing van het Jodenvraagstuk' zich in de finale fase bevond werden ook in de
Staalstraat de meeste Joden uit hun huizen gehaald en vergast. De oorspronkelijke bewoners van Staalstraat 13
huis, een hoog en twee hoog waren Joods, in ieder geval die van een hoog zijn verraden en werden uit hun
huis gehaald om nooit meer terug te keren.
Een van de eerste razzia's in februari 1941 vond plaats in de Staalstraat (
link.)
Terugkeer
Van de ongeveer 140.000 Joden in Nederland zijn er zeker 104.000 vermoord, dat is bijna 75%, een ongekend
en onvoorstelbaar hoog aantal. In andere landen zijn meer Joden vermoord maar verhoudingsgewijs in Nederland
het meest omdat het bevolkingsregister zo goed was!
Om deze reden heeft Engeland nog altijd geen bevolkingsregister zoals wij dat in 1940 wel al hadden.
Aantal weggevoerde Joden in Europa
Polen: 3.000.000
Sovjet-Unie: 1.000.000
Overig Oostblok: 1.000.000
Duitsland: 150.000
Frankrijk: 80.000
België: 25.000
TER DOWNLOAD: DE TWEEDE WERELDOORLOG - MAX C. VAN DER GLAS
Amsterdam een getto
Niet iets om trots op te zijn, maar Amsterdam is uiteindelijk erkent als getto tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat Joden verspreid over de stad
woonden, de afsluiting van korte duur was en dat er ook anderen woonden in het getto doet niets af aan de omstandigheid.
Delen van de stad waren hermetisch afgesloten, er woonden relatief gezien veel Joden en het enige doel van de bezetter was 'controle'
en een snelle deportatie.
De Nederlands Spoorwegen en het Gemeentelijk Vervoerbedrijf werden betaald voor iedere passagier die zij vervoerden. Om de kaartjes te
kunnen kopen moesten de Joden al hun geld en bezittingen inleveren waarvan de kosten werden voldaan. De waarde van de spullen werd
geregistreerd door leden van de LIRO (
link.)
Als er op zondag transporten plaats vonden berekenden de vervoersmaatschappijen dubbele kosten, de Duitsers vonden dit geen enkel probleem en
lieten de Joodsche Raad dit regelen.
Veel Joden zijn verraden door Nederlanders voor een premie van 7,50 gulden. De meeste uithuiszettingen gebeurden door Amsterdam politie-agenten.
De registratie en het betalen van het vervoersbewijs werd door Nederlandse Joden gedaan. Het vervoer vond plaats in voertuigen die door
Nederlandse machinisten/ bestuurders werden gereden.
De kaartcontrole vond plaats door Amsterdammers als u en ik.
Gettofonds
Voor mensen die niet gedwongen te werk werden gesteld in een getto is het Duitse Gettofonds in het leven geroepen. Er wordt eenmalig tweeduizend
Euro toegekend aan hen die in een getto woonden en er niet-gedwongen werkten. Voor diegenen die wel gedwongen werden om te werken is er reeds
de regeling voor Joodse vervolgingsslachtoffers.
Amsterdam is erkend als getto in de periode 15 september 1941 tot en met 30 september 1943. Klik voor meer informatie over het Gettofonds
hier.